Bert en Truus Jansen #54

'Ik vind dat voortent-afbreken altijd zo'n rotklus', klaagde Bert.
'Ja, wie niet', riep Truus vanuit de caravan. 'Maar het is niet anders. Trek die haringen er nou maar uit, dan kunnen we de flappen schoonmaken.'
'Waar is je moeder?'
'O, die zit veilig bij Wim. Dus even opschieten nu. Voordat je het weet loopt ze hier in de weg.'
'Nou ja, ze kan toch wel even helpen?'
'Waarmee? Haringen uit de grond trekken?'
'Ik zat trouwens nog even te denken, Truus. Dit is toch wel de laatste keer geweest dat ze mee is gegaan?'
'Hoezo?'
'Nou ja, met deze veertiendaagse opoffering is haar caravanbijdrage ruimschoots vergoed.'
'Je kunt het er meteen met haar over hebben: ze komt eraan.'

'Schiet het al op, Bert?', vroeg Mam toen ze bij de caravan aankwam.
'Nu niet meer. Ruzie met Wim?'
'Nee. Trouwens, de volgende keer moet je de caravan een kwartslag draaien, Bertje.'
'Hoezo?'
'Omdat ik bij het achterraam slaap en de wind pal op het raam staat. Dat tocht. Ik heb een hele stijve nek.'
'Volgende keer? Hoezo volgende keer?'
'Waarom niet?'
'Nou ja, u gaat toch trouwen? Dan sta je toch op "eigen onderstel"? Of is het de bedoeling dat Wim ook meegaat?'
'Moet je luisteren knul. Ik heb meebetaald dus mag ik er ook gebruik van maken.'
'Hoe bedoelt u?'
'Ik wil hem komend voorjaar twee weken meenemen. Dan gaan we naar de Ardennen.'
'Wacht even, je wil samen met Wim met deze caravan op pad?'
'Ja. En dan breng jij ons weg. Uiteindelijk heb jij er ook aan meebetaald. Dan mag je er ook wel iets voor doen.'

Bart